De verlijming van de Betoro®Waterdorpel op de ondergrond, hierbij hangend aan diezelfde ondergrond, vormt een primair onderdeel van het functioneren van de waterdorpel. De Betoro®Waterdorpel dient perfect te worden verlijmd op de ondergrond, dwz hangend onderaan de betonconstructie. Hierbij mag op geen enkele wijze, op geen enkele plaats, ruimte tussen Betoro®Waterdorpel en ondergrond aanwezig zijn.

De lijm die wordt toegepast dient zodanig te zijn aangebracht, dat een perfecte uitvulling plaatsvindt tussen ondergrond en Betoro®Waterdorpel.

Indien op een staalconstructie wordt geplakt, moet een eventuele verflaag of walshuid vooraf worden verwijderd. Bij een juiste ondergrondbehandeling zijn er zelfs mogelijkheden de Betoro®Waterdorpel op een azobé constructie te plakken.

Wanneer ruimte tussen de Betoro®Waterdorpel en de ondergrond aanwezig is kan lekwater toch nog de dorpel passeren. Bovendien kan zich vocht tussen dorpel en ondergrond verzamelen, hetgeen in de winter tijdens vorst tot vorstschade kan leiden. Dwz. dat door de expansie van het water tijdens de bevriezing de dorpel van de ondergrond wordt gedrukt. Daarbij zal beton meegetrokken worden, maar wat resteert is een afgedrukte dorpel...

Vanzelfsprekend dienen de Betoro®Waterdorpel zodanig te worden aangebracht, dat de in de ondergrond aanwezige dilataties worden gevolgd. E.e.a. wordt nog eens uitgebreid bij 4.4 behandeld.

Betoro®Waterdorpels modellen

A-1   D-1  
A-2   D-2  
A-3   D-3  
B-1   E-1  
B-2   E-2  
B-3   F-1
 
D-1   G-1  
D-2      
Schade voorbeelden wanneer er te weinig betondekking aanwezig is.

Betoro®Waterdorpels schetsen